MARIO TER BRAAK
<terug
D. Kraaijpoel over de schilderijen van Mario ter Braak. (Een citaat uit het
artikel 'Tafelranden' in Galerij dd. mei 2000) Er is een vraag die mensen, voor
wie het genieten van kunst een vast onderdeel van hun dagelijks leven is, zich
steeds weer stellen: Wat is de werkelijke betekenis van een kunstwerk, dat
onuitgesprokene, dat verder gaat dan het zichtbare? Ook bij de schilderijen
van Mario ter Braak (1960) komt deze vraag telkens naar voren. Er zit iet
achter, maar wat? Het valt niet te verwoorden en ook de schilder zelf weet het
niet. Als het eenvoudig uit te leggen was zou immers al die moeite van het
maken van een schilderij niet nodig zijn. Toch maakt zich zoiets als een
contemplatieve ervaring van je meester bij het beschouwen van een werk van deze
schilder. Het is de herinnering aan iets verhevens. De extra dimensie van de
kunst.
Wat in de schilderijen van Mario ter Braak opvalt is de strakke ordening der
dingen. Fruit ligt netjes in een lijn op het tafelblad, dode vissen zijn keurig
uitgestald op een schaal of bloemen worden gedrapeerd als een waaier.
Kenmerkend voor een stilleven is dat de kunstenaar ordening aanbrengt in de
objecten die hij gaat schilderen. Hij componeert ze tot een samenhangend en
esthetisch interessant geheel.
Mario ter Braak doet dit ook, maar tegelijkertijd zet hij vraagtekens bij deze
vanzelfsprekendheid. Hij maakt de ordening van de voorwerpen expliciet
zichtbaar door hem extra te benadrukken. Daarbij stelt hij de even
vanzelfsprekende hiërarchie tussen voor- en achtergrond in een stilleven ter
discussie. In zijn schilderijen speelt de achtergrond, zoals een overdadig
bedrukt tafelkleed, een even nadrukkelijke rol als de objecten zelf. Bovendien
stelt hij vragen naar de betekenis der dingen. In een traditioneel stilleven
herkennen we de objecten door hun onderlinge samenhang. Een vaas met bloemen
zien we als zodanig. Ter Braak haalt de objecten uit hun context. Hij gebruikt
wel de elementen uit het klassieke stilleven, maar bij hem is de logica
verdwenen. Op een tafel zien we nu bijvoorbeeld één vis en vijf Chinese kolen.
Deze combinatie past niet in ons beeld van wat we verwachten als we een
maaltijd gaan bereiden. De kunstenaar stelt niet zozeer het genre van het
klassieke stilleven ter discussie, als wel de vanzelfsprekendheid waarmee we
kijken en interpreteren. Zijn we ons bewust van de vele stappen die we zetten
als we een schilderij bekijken? We zoeken naar herkenning van een beeld, naar
een diepere betekenis, naar het gevoel dat de voorstelling bij ons oproept en
naar zijn esthetische schoonheid. Ter Braak noemt dit de 'gedifferentieerde
raadselachtigheid' van het schilderij. In de meeste werken uit de
kunstgeschiedenis prevaleert het ene aspect boven het andere. De schilder
probeert al deze elementen een gelijkwaardige positie in zijn schilderijen te
geven.
De fascinatie voor het kijken, de manier waarop we zien, komt bij Ter Braak
voort uit verwondering. Na het afronden van zijn studie aan de Academie Minerva
te Groningen schilderde hij de dingen om zich heen die hem troffen: een hoekje
van zijn atelier, het uitzicht uit het raam, een vrouw in een kamer, etc.. De
onderwerpen deden zich eenvoudigweg aan hem voor en hij schilderde ze om te
onderzoeken wat het licht ermee deed. Zijn belangstelling ging toen vooral uit
naar de ruimtelijke werking in een plat vlak. Na verloop van tijd begon hij met
objecten te schuiven, hun positie te veranderen, ze in een andere context te
zetten en raakte hij gefascineerd door de verandering die ze ondergingen. De
dingen verloren hun alledaagse betekenis.
Als toeschouwer is ons kijkgedrag in hoge mate bepaald door wat ons onder ogen
komt uit de geschiedenis van de kunst. Een klassiek tafelstilleven is altijd
van opzij geschilderd, terwijl we in het dagelijks leven van boven op een tafel
kijken. Ter Braak speelt met deze conventies door zijn voorstellingen plat
liggend op het tafelblad te schilderen waardoor er verwarring ontstaat over de
aard van het schilderij. Het wordt als het ware het tafelblad zelf - de
schilder spreekt dan ook liever van 'tafelranden' dan van een stilleven. En
wat gebeurt er als het schilderij opgehangen wordt? Hangen of liggen de
objecten dan? Dit effect wordt nog versterkt doordat de kunstenaar vaak bij
tl-licht schildert, wat geen slagschaduw oplevert, waardoor de voorstelling
platter wordt. Wie zich van de bedoelingen van de kunstenaar bewust wordt, gaat
werkelijk met andere ogen kijken.
Meer informatie:
http://www.artrevisited.nl